Het principe: eerder starten = eerder klaar
Een arbeidsdeskundig onderzoek zelf duurt relatief kort — een regulier onderzoek ronden we binnen 2 tot 5 weken af, een spoedonderzoek binnen 2,5 week. De echte tijdwinst van vroeg starten zit 'm niet in het onderzoek zelf, maar in wat erna komt: als blijkt dat spoor 2 nodig is, kost dat traject al gauw enkele maanden. Hoe eerder die conclusie op tafel ligt, hoe meer van die maanden nog binnen de 104-wekengrens van de Wet Poortwachter vallen.
Waarom "later" vaak duurder is dan het lijkt
Veel werkgevers wachten tot de eerstejaars-evaluatie (rond week 47) voordat ze een arbeidsdeskundig onderzoek laten uitvoeren — dat is namelijk het wettelijk voor de hand liggende moment. Het probleem: als daaruit blijkt dat spoor 2 nodig is, moet dat hele traject nog gestart wórden, met nog maar iets meer dan een jaar te gaan tot de WIA-aanvraag. Bij een complex dossier is dat krap.
Drie situaties, drie uitkomsten
- Vroeg gestart (bijvoorbeeld in week 20): er is nog volop tijd om spoor 2 zorgvuldig én volledig te doorlopen, ruim voor de 104-wekengrens.
- Gestart rond de jaarsevaluatie (week 47): spoor 2 kan nog, maar de marge is kleiner — vertraging in het traject (bijvoorbeeld door verzuim bij de coach of wachttijden) wordt risicovoller.
- Pas gestart vlak voor de WIA-aanvraag (na week 91): er is nauwelijks nog ruimte. Het onderzoek blijft waardevol voor de onderbouwing richting UWV, maar de tijdwinst is dan verdwenen.
Wat onderzoek hierover zegt
Dit is niet alleen praktijkervaring: onderzoek van het Arbeidsdeskundig Kennis Centrum, uitgevoerd samen met het Impact Centre Erasmus, wijst op een gemiddelde stijging in loonwaarde van bijna 32% bij vroegtijdige inzet van arbeidsdeskundigen. CEREO werkt bovendien mee aan lopend onderzoek naar de zogeheten VIA-hypothese (Vervroegde Inzet Arbeidsdeskundige): dat vroege inzet verzuim verkort en spoor 2-trajecten vaker voorkomt of gerichter maakt.
Ook bij de Ziektewet telt tijd mee
Een veelgemaakte misvatting is dat de Wet Poortwachter-termijnen niet gelden bij Ziektewet-dossiers. Dat klopt niet: ook hier loopt de klok door, en werkt vroege inzet net zo hard door in kortere doorlooptijd en minder financieel risico.
Gebruik onze rekentool om dit voor jouw situatie concreet te maken — inclusief het effect van dossiercomplexiteit en de kans dat spoor 2 nodig is.
Een concreet voorbeeld in weken
Start je een onderzoek in week 20 in plaats van te wachten tot de gebruikelijke jaarsevaluatie rond week 47, dan win je grofweg 27 weken speelruimte — ruim een half jaar extra om, indien nodig, een volledig Spoor 2-traject te doorlopen binnen de 104-wekengrens. Wacht je tot week 70 (tweede ziektejaar), dan is dat venster al grotendeels gesloten.
Waarom dit verschil niet lineair is
De waarde van vroeg starten neemt niet gelijkmatig af naarmate de tijd verstrijkt — richting de 104-wekengrens versnelt het effect juist, omdat elke week die verloren gaat steeds moeilijker in te halen is binnen een steeds korter wordend resterend venster.
Bereken het voor jouw dossier
Onze rekentool zet dit om naar een concrete inschatting in weken én euro's, op basis van de fase waarin jouw dossier zich op dit moment bevindt.
Twijfel je of nu het juiste moment is? Vraag vrijblijvend advies aan.
