Taalbeheersing weegt mee bij een functie zodra die functie Nederlands vraagt om de taken te doen. De arbeidsdeskundige legt lezen, schrijven, spreken en verstaan apart vast, en zet dat naast die taken. Passende arbeid tijdens het dienstverband is werk dat past bij de krachten en bekwaamheden van de werknemer, tenzij aanvaarding om lichamelijke, geestelijke of sociale redenen niet gevergd kan worden (art. 7:658a lid 4 BW). Bij een functieduiding door UWV geldt daarnaast een beperkte regel: mondeling Nederlands op het niveau van eenvoudige functies telt als bekwaamheid die iemand in beginsel binnen zes maanden kan verwerven (art. 9, onderdeel a, Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten).

Wil je dit in een dossier laten vastleggen? Vraag een vrijblijvende offerte aan.

Dit stuk is voor HR-adviseurs, casemanagers en letselschadejuristen. Het gaat over taalniveau bij de functie. Het kader van passende arbeid staat in passende arbeid. Een casus over een tolk tijdens het gesprek staat in deskundigenoordeel en taalbarrière. Wat een arbeidsdeskundige wel en niet beoordeelt, staat in wat doet een arbeidsdeskundige en in de gids.

Wat legt de arbeidsdeskundige vast over taalniveau?

Een medische beperking in communiceren hoort in de FML of het IZP. Die stelt de arts op. Of iemand het Nederlands beheerst dat de taken van de functie vragen, is een arbeidskundige vraag. Hoe je de belastbaarheid leest zonder er een diagnose van te maken: FML of IZP lezen.

In het rapport hoort ten minste dit te staan:

  • Vier deelvaardigheden. Lezen, schrijven, spreken en verstaan, elk apart. Het woord matig zonder die splitsing zegt weinig over een functie.
  • De bron. Wat de persoon zelf zegt, wat het dossier laat zien (cursus, werk, een examen) en wat je in het gesprek hoort. Jaren in Nederland of een diploma uit een ander land zijn geen meting van het Nederlands van nu.
  • De taaleis per taak. Een werkinstructie lezen, een kort bericht schrijven, een telefoongesprek, contact met klanten of collega's. De functieomschrijving is de maat, niet een algemeen label.
  • Een hulpmiddel of cursus, per taak. Een vertaalapp, een tolk of een inwerkperiode telt alleen als je uitlegt voor welke taken dat werkt, en voor welke niet.
  • De tolk in het onderzoek, los van de functie. Een tolk maakt het gesprek zuiver. Dat is iets anders dan de taal die het werk zelf vraagt. Zie de casus over een taalbarrière.

Hoe weegt taal mee bij passende arbeid?

Tijdens ziekte bevordert de werkgever de inschakeling in het eigen bedrijf. Blijkt de eigen arbeid niet meer te kunnen, en is er intern geen andere passende arbeid, dan bevordert de werkgever passende arbeid bij een andere werkgever (art. 7:658a lid 1 BW). Lid 4 verstaat onder passende arbeid alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om lichamelijke, geestelijke of sociale redenen niet van hem kan worden gevergd.

Taal is zo'n bekwaamheid als de concrete functie die vraagt. Een taak met korte mondelinge instructies is een andere toets dan een administratieve functie met formulieren, e-mail en telefoon in het Nederlands. Wat verder wel en niet meetelt bij passende arbeid, staat in passende arbeid: wat telt wel en niet mee.

De zesmaandenregel uit het Schattingsbesluit is hier niet de definitie. Die regel gaat over de schatting van wat iemand nog kan verdienen. Zet die niet in een plan van aanpak alsof elke werknemer binnen zes maanden genoeg Nederlands leert voor elke functie.

Hoe weegt taal mee bij functieduiding door UWV?

Bij de vaststelling van wat iemand nog met arbeid kan verdienen, onder meer in de WIA, selecteert de arbeidsdeskundige van UWV algemeen geaccepteerde functies. Dat gebeurt in het CBBS, het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem. Elke functie heeft een SBC-code. Artikel 9, onderdeel a, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten zegt dat daarbij ook arbeid meetelt waarvoor bekwaamheden nodig zijn die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes maanden kunnen worden verworven. Dat geldt niet als de betrokkene die bekwaamheden niet heeft en ze als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek niet kan verwerven. Tot die bekwaamheden horen in elk geval mondelinge beheersing van het Nederlands en eenvoudig computergebruik. De arbeid wordt omschreven als ten minste drie verschillende functies.

Artikel 1 van de Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden vult die mondelinge beheersing in: het verstaan en spreken van het Nederlands, voor zover dat nodig is bij functies waarvoor geen opleiding is vereist, of hoogstens afgerond basisonderwijs. Artikel 2 van die regeling koppelt eenvoudig computergebruik aan functies waarvoor geen schriftelijke taalbeheersing nodig is. Lezen en schrijven staan in de regeling niet als algemeen gebruikelijke bekwaamheid.

Vraagt de geduide functie meer Nederlands, of geldt de zesmaandenregel in dit dossier niet, dan moet UWV aannemelijk maken dat de betrokkene het Nederlands voldoende beheerst om die functie uit te voeren. Of een medische oorzaak het aanleren blokkeert, beoordeelt de arts. De arbeidsdeskundige stelt dat niet zelf vast. De rolverdeling staat in wat doet een arbeidsdeskundige.

Wat oordeelde een rechtbank op 14 september 2026?

Een rechtbank oordeelde op 14 september 2026 dat UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres het Nederlands voldoende beheerste om een van de geduide functies uit te voeren. Het gaat om Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, enkelvoudige kamer, zaak ARN 25/2273, ECLI:NL:RBGEL:2026:7022. Dit is een einduitspraak in eerste aanleg, na een tussenuitspraak van 3 juni 2026. Van een vaste lijn is pas sprake als hogere rechters dezelfde koers volgen. Hoger beroep kan bij de Centrale Raad van Beroep, binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is verzonden. Dit is uitleg van een uitspraak, geen juridisch advies.

De zaak gaat over de functieduiding bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Tussen partijen was niet in geschil dat de beheersing van het Nederlands matig is, ondanks een jarenlang verblijf in Nederland, een taalcursus en arbeidsverleden. De rechtbank zag niet hoe eiseres de taken van de functie administratief medewerker, SBC-code 315133, kan verrichten als zij het Nederlands niet voldoende beheerst, ook niet met een vertaalapp. Omdat UWV de fictie van artikel 9 van het Schattingsbesluit in deze zaak niet kan toepassen, moet UWV aannemelijk maken dat zij het Nederlands voldoende beheerst voor de geduide functies. Een reservefunctie was niet geduid.

UWV legde daarna een arbeidsdeskundig onderzoek in beroep van 30 juni 2026 over. De rechtbank vond het gebrek daarmee niet hersteld:

  • Vertaalapp. Niet inzichtelijk gemaakt dat apps geschikt en bruikbaar zijn bij alle werkzaamheden van de functie.
  • Cursus. Niet toegelicht welke cursus, of eiseres genoeg Nederlands heeft om die te volgen, en welk resultaat daarvan te verwachten is.
  • Inwerkprogramma. Niet duidelijk hoe dat het Nederlands op het niveau brengt dat alle werkzaamheden vraagt.
  • Theorie-examen rijbewijs B. Eiseres stelde bij herhaling dat zij dat examen in het Turks heeft afgelegd. Het theorie-examen kan bij het CBR ook in een andere taal dan het Nederlands worden gedaan. De arbeidsdeskundige had moeten nagaan wanneer, hoe en in welke taal het examen is afgelegd.
  • Diploma op MBO-3-niveau in Turkije. Dat zegt iets over kunnen leren, niet over het Nederlands van dit moment. De rechtbank herhaalt dat in deze zaak niet de fictie geldt dat eiseres binnen zes maanden Nederlands leert spreken.

De functie met SBC-code 315133 kan daardoor niet aan de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag worden gelegd. Zonder reservefunctie kan die mate nu niet worden bepaald. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt UWV op een nieuw besluit te nemen. De termijn van zes weken gaat pas lopen als de termijn voor hoger beroep is verstreken, of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist. De rechtbank wijst daarvoor op artikel 8:106 van de Algemene wet bestuursrecht.

Welke vragen stel je als HR, casemanager of jurist?

Gebruik deze vragen voordat je een functie passend noemt, of voordat je een functieduiding van UWV als gegeven overneemt.

Wat je uitzoekt Vraag
Kader Gaat het om passende arbeid bij deze werkgever, of om een schatting door UWV?
Taken Welke taken vragen lezen, schrijven, spreken of verstaan?
Bron Waarop berust het niveau, en is dat het niveau van nu?
Zesmaandenregel Geldt die hier voor mondeling Nederlands, of is vastgesteld dat die in dit dossier niet geldt?
Hulpmiddel Voor welke taken is een app, cursus of inwerkperiode uitgewerkt, en voor welke niet?
Reservefunctie Als één geduide functie afvalt, ligt er dan een andere functie?

Blijft een geschil over of werk passend is, dan is een deskundigenoordeel bij UWV een ander instrument dan een second opinion. Ligt er al een beslissing van UWV waarin de functies zijn geduid, lees dan hoe bezwaar tegen een WIA-beslissing werkt. Voor de letselschadepraktijk telt dezelfde feitelijke vraag bij resterend verdienvermogen: welke functies zijn reëel gegeven het Nederlands dat iemand nu leest, schrijft en spreekt. Een UWV-duiding is niet automatisch hetzelfde als passende arbeid tijdens het dienstverband.

Waar leg je deze vraag neer?

Wil je taalniveau en functie in een rapport laten vastleggen? Vraag een vrijblijvende offerte aan. Liggen de FML of het IZP en de functieomschrijving al klaar, dan kun je ook direct aanmelden. Wat een onderzoek kost, staat bij kosten arbeidsdeskundig onderzoek.

Verder: passende arbeid · casus taalbarrière · gids · wat doet een arbeidsdeskundige · deskundigenoordeel · second opinion · voor letselschadejuristen